Buitenaards  
VREEMD EN TOCH VERTROUWD   

Micha Beuger  

Solaris – Binnen

Index Pagina

Buitenaards

◄ Index Website
▼ Kurâna – Overzicht
▼ Kurâna – Toelichting
▼ Mansira – Overzicht
▼ Mansira – Toelichting
▼ Mansira – Verbondenheidgroepen
▼ Tiflis – Overzicht
▼ Tiflis – Toelichting
▼ Tiflis – Technologie
▼ Niet-fysieke werelden
Over Solaris Binnen heb ik verreweg de meeste informatie. Kosmisch gezien ben ik daar geboren en getogen.
Alle fysieke werelden van de binnenste drie sterren van Solaris worden thans beheerd door de Aurorianen.
Al hun niet-fysieke werelden vallen rechtstreeks onder het Bestuur van onze Galactische Federatie van Planeten.

De planetoïde Fílitron, hoewel behorend tot Solaris Binnen, behandel ik toch op de pagina Solaris Buiten.
Dit vanwege de sleutelfunctie van dit hemellichaam in de vrij recente contacten tussen Solaris Binnen en Buiten.
Ook de onherbergzame planeet Thamnis beschrijf ik, gezien haar functie als ruimtehaven, onder Solaris Buiten.
De paradijsplaneet Amantis wordt bij het overzicht van de voormalige paradijsplaneet Šolám beschreven.
Aan Aurorion en Šolám zijn vele pagina's gewijd. Pagina Solaris Binnen gaat vooral over de planeet Mansira.
▲ Index Pagina

Buitenaards

◄ Index Website
Kurâna – Overzicht
Soort hemellichaam
Rangorde in planetenstelsel
Natuurlijke satellieten
Afstand planeet tot zon in km
Diameter in km
Jaar in aardedagen
Etmaal in aarde-uren
Planetaire as
Procent land
Landreliëf
Landschappen
Temperatuurbereik in °C
Luchtvochtigheid in %
Luchtdruk in bar
Klimaat
Dominante kleuren op afstand
Levensvormen
Dominante levensvorm
Inwonertal
Hoofdstad
Valuta
Huidige bewustzijnsniveau

Rotsplaneet met massieve, gestolde kern
1e planeet van de centrale grote blauwe ster Àlbaran
Geen
Mij nog onbekend, lijkt groter dan die van onze Aarde tot onze Zon
9.000, vrijwel bolvormig
Mij nog onbekend
22
Vertikaal
50, zowel landmassa als zee vrijwel aaneengesloten
Grotendeels vlak
Grotendeels tropisch regenwoud, met veel brede rivieren en meren
+20 – +50
80
1,2
Tropisch, vrij veel zon, vrij veel regen, weinig wind
Donkergroen, dankzij de vegetatie
Behoorlijk gevarieerd, vooral qua flora
Homo sapiens, in een donker sluikharig en een negroïde ras
Enkele 100.000, vrij constant
Kúrampat, meer een conglomeraat hutjes, maximaal 10.000 inwoners
Niet van toepassing, er bestaat uitsluitend ruilhandel
4D vredesplaneet, neiging tot 5D, transformatie binnenkort verwacht
▲ Index Pagina

Buitenaards

◄ Index Website
Kurâna – Toelichting
Van Kurâna weet ik nog vrij weinig. Voor zover ik mij kan herinneren, ben ik daar nog nooit geweest.
Mijn tweelingziel daarentegen, leidde daar minstens één fysiek leven.
Vooral de flora is er zeer divers. Zo bestaan daar honderden soorten palmen en bladbehoudende loofbomen.
Met honderden soorten eetbare vruchten. En vele vissoorten, die helaas nog steeds sporadisch worden gegeten.
Daarnaast diverse slangen – overigens niet giftig –, insecten en zoogdieren, waarop gelukkig niet wordt gejaagd.
De bewoners leven er naakt of bijna naakt. Ze peddelen op bamboe vlotten over de vele brede en diepe rivieren.

Voornaamste doel van deze wereld is: sjamanistisch leven, in verbondenheid met de natuur, in het Hier en Nu.
Hun sfeer is zo gelijkwaardig, dat ze zelfs geen stamhoofden hebben, laat staan een koning of koningin.
De Aurorianen hebben er geen ambassade of echte ruimtehaven. Het gras wordt voor hen eventjes plat gelegd.
Als ze er dan met een ruimteschip landen, vragen ze, wie er nu weer meegaat naar de Solarische Raad.
Dan is het: 'Iene miene mutte. Oh, ben jij nog niet geweest. Ga jij dan mee?' Meestal betreft dit dan een jong kind.

Het zelfontwikkelingsprogramma van de Andromedanen verschafte nauwelijks meerwaarde voor dit spirituele volk.
Dankzij hun natuurlijke verbondenheid is hun bewustzijn meer 5D dan 4D. Transformatie op korte termijn zit er in.
Als die 10 % van de bevolking, die nu nog vis eet, ook veganistisch gaat leven, wordt heel Kurâna paradijselijk.
▲ Index Pagina

Buitenaards

◄ Index Website
Mansira – Overzicht
Soort hemellichaam
Rangorde in planetenstelsel
Natuurlijke satellieten
Afstand planeet tot zon in km
Diameter in km
Jaar in aardedagen
Etmaal in aarde-uren
Planetaire as
Procent land
Landreliëf
Landschappen
Temperatuurbereik in °C
Luchtvochtigheid in %
Luchtdruk in bar
Klimaat
Dominante kleuren op afstand
Levensvormen
Dominante levensvorm
Inwonertal
Hoofdstad
Valuta
Huidige bewustzijnsniveau

Rotsplaneet met massieve, gestolde kern
2e planeet van de centrale grote blauwe ster Àlbaran
Geen
Mij nog onbekend, lijkt groter dan die van onze Aarde tot onze Zon
7.000, vrijwel bolvormig
Mij nog onbekend
19
Vertikaal
40, aaneengesloten continent,  aaneengesloten zee, grillige kustlijn
Van zeespiegel tot 10 km daarboven
Grotendeels heuvelachtig, enkele gebergten
+10 – +40
50
0,8
Zonnig, vrij droog, subtropisch, weinig wind
Oranje met crème
Vrij gevarieerd
Homo sapiens in een vrij lang mediterraan ras
Maximaal 1 miljoen, vrij constant
Mànsirvad, maximaal 50.000 inwoners
Kopi, uitsluitend in metalen muntvorm
4D vredesplaneet
▲ Index Pagina

Buitenaards

◄ Index Website
Mansira – Toelichting
Mansira betekent Juweel (barnsteen?) in de eigen taal.
Van alle Solarische talen lijkt het Mansiraans het meest op Andromedo-Galactisch.
Mansira is één van de mooiste, vreedzaamste en gelukkigste fysieke werelden van onze Melkweg.
Zij wordt nog steeds bewoond door de oorspronkelijke bevolking, homo sapiens van een Mediterraan ras.

Mansira lijkt qua geografie op Šolám, maar nog het meest op onze Aarde. Met mediterrane landschappen.
De meeste gebouwen gepleisterd in warme pastelkleuren, vooral lichtgeel en zalmkleurig, met oranje dakpannen.
Oranje rotspartijen en bloemen. Nauwelijks steden. Alleen de schaarse openbare gebouwen staan gegroepeerd.
Zoals op veel van zulke planeten, staan er veel achtkantige torentjes met bolle koepels en toogpoorten.
De meeste huizen hebben geen glas in hun raam- of deuropeningen, vanwege het aangename klimaat.

In de aan een westelijke zeehaven gelegen hoofdstad Mànsirvad, die mij aan Marseille doet denken,
beheren de Aurorianen een groot ambassadecomplex, voorzien van hoogwaardige technologie en een dakterras,
waar hun ruimteschepen landen en opstijgen, en een grote conferentiezaal, die nog stamt uit de Andromedatijd.
Er is elektriciteit op zonne-energie. Mansiranen gebruiken geen elektriciteit of verbrandingsmotoren.
De Mansiraanse technologie is middeleeuws en kleinschalig ambachtelijk. Er is geen openbaar vervoer.
Het ambassadecomplex is in Mansiraanse stijl gebouwd, toen door de Mansiranen zelf voor de Andromedanen.
Het is immers ieders bedoeling, dat de Mansiranen vooral hun eigen, unieke cultuur blijven koesteren.

Mànsirvad bestaat uit woningen, maar vooral uit openbare gebouwen, uitgaansgelegenheden en marktjes.
De planetaire munteenheid is de kopi (leuk ezelsbruggetje trouwens!), die uitsluitend in metalen vorm bestaat.
Landelijke woningen, in gepleisterde steen en/of hout, losstaand en elk omgeven door een bijhorend landschapje,
bestaand uit akkertjes, boomgaarden, weiden voor kleine melk- en pluimdieren, ondiepe meertjes en beekjes,
waarin onder andere wordt gewassen en gespeeld. Zo’n woning met het bijbehorende erf voorziet in de meeste
levensbehoeften van het gezin. Zeer sobere technologie, expres veel minder ver ontwikkeld dan op Aarde.
Vuur, glas, hout en metalen zijn wel in gebruik. Rij- en trekdieren, karren en kleine roei- of zeilschepen.

De flora is behoorlijk gevarieerd, met diverse bladhoudende loofbomen en palmbomen.
Er zijn in ieder geval buffels, elanden, geiten, vogels, vlinders, grote blauwe bijen en veel vissoorten.
Honing wordt ook geëxporteerd naar Aurorion, in ruil voor logistieke ondersteuning als multimediadiensten.
Veel vrouwen dragen het haar in twee vlechten. De mannen in één dikke vlecht of kort.
Men draagt vrij eenvoudige zijden gewaden in warme pastelkleuren, met een zijden lint als ceintuur.
De armen zijn driekwart bloot, evenals de onderbenen. Loodkleurige hoge sandalen met dito dunne veters,
tot halverwege het onderbeen. Er wordt naakt gezwommen, vrijwel uitsluitend in gezinsverband.
De gezinnen zijn klein, dankzij geboortebeperking. Mansira heeft één regering, met meestal een koningin.
En één taal, het Mansiri. De bevolking is blank tot lichtbruin. De mensen zijn vrij lang, slank, beeldschoon en
gezond, mede door hun sobere levenswijze, maar velen sterven voor hun vijftigste jaar aan infectieziekten.
Ongevallen komen vrijwel niet voor, want de bevolking is zeer bedachtzaam. Er bestaat geen echte geneeskunde.
Mensen hebben veel kennis van kruiden. Ernstige zieken laten ze gewoon sterven, thuis bij hun gezin.
De overledene wordt naar buiten gedragen, met bed en al op het erf verbrand en daarna in de tuin verstrooid.

Een Mansiraan is van nature gelukkig en tevreden, geduldig en vreedzaam.
Misdaad, vandalisme en vervuiling komen op deze planeet niet voor.
Deuren van gebouwen en vervoersmiddelen hebben geen sloten. Nergens staan hekken. Geen politie of leger.
Er heersen gelijkwaardigheid en hartelijkheid, maar de mensen zijn wat terughoudend in het aanraken van elkaar.
Niet omdat ze bang zouden zijn van andermans lichaam, maar uit een heilig respect voor vooralsnog onbekenden.
Ook in gezinsverband zijn de aanrakingen nogal spaarzaam. Een droge kus op de mond is het intiemste,
wat gebruikelijk is tussen ouders en kinderen en tussen zusters en broers onderling.

Mensen hebben een achternaam, afgeleid van de plaats waar zij op dat moment wonen.
Reizen en verhuizen naar andere omgevingen is zeldzaam. Persoonsnamen worden vaak afgekort tot roepnaam.
Als kinderen hun ouders roepen, gebruiken zij die roepnaam. In directe nabijheid noemen ze hen vaak liefkozend:
‘Hàmi’ (Mammie) en ‘Bàbi’ (Pappie). Mansiranen brengen het grootste deel van hun tijd in gezinsverband door,
werkend en spelend. Er bestaan eigenlijk geen alleenstaanden. Kleinkinderen erven het huis van hun grootouders.

Waarschijnlijk heb ik een aantal levens op Mansira doorgebracht om aan die planeet te wennen.
In mijn laatste leven als man heette ik Qhalita (Scherpziende) Marvá-is, roepnaam Lita.
Ik had donkerblond haar, meestal vrij lang en in één dikke vlecht op mijn achterhoofd.
Het is als geheel waarschijnlijk tot nu toe mijn gelukkigste leven, ondanks dat mijn partnerziel daar ontbrak.
Ik had geen openbare positie van betekenis, maar ik functioneerde goed.
Vooral in relatie met mijn aardige, rustige vrouw Andalya (Dalya), onze oudste zoon Samira (Sàmi),
onze dochter Andruhnya (Druhnya) en jongste zoon Avandra (Vandra), allemaal met als achternaam Marvá-is.
Ik herinner mij hun gezichten, alle vier met donkerbruin, meestal halflang haar, Druhnya soms met vlechten.
Ons gehucht Marva, met enkele tientallen inwoners, is genoemd naar de daar voorkomende buffelsoort.
Een vlakke streek met boerderijen en veel bos. Voor bijvoorbeeld de basisschool waren wij aangewezen op het
verder en hoger gelegen dorpje Konan, genoemd naar de oranje bergkam als het gewei van een eland.

Ik maakte sandalen, volgens een zelfgevonden procédé geheel van plantaardige materialen.
Dalya naaide zijden gewaden. Eens in onze zesdaagse week  verkochten we onze waren op een van de
dagelijkse markten van de enkele tientallen kilometers noordelijker gelegen hoofdstad Mànsirvad.
Onze planetaire munt heet kopi. De meeste tijd besteedden we echter aan de exploitatie van ons boerderijtje,
vrijwel geheel voor eigen gebruik. Maar mijn gezin was mijn alles. Dalya is later als Fúntyam naar Šolám
gereïncarneerd. Het eerste beeld van mijn kinderen kreeg ik, toen zij rond de zes jaar oud waren.
Mijn oudste zoon drong zich het meest aan mij op. Een rustige, blije jongen, beeldschoon, vrij stevig gebouwd,
met een vierkantig voorhoofd en een losse haarlok eroverheen. Met hem had ik een innige band.
Als hij mij zag, huilde hij van blijdschap: ‘Bàbi, Bàbi!’ ‘Sàmi, Sàmi!’
Op Mansira droegen we kinderen vaak op de arm, gezichten naar elkaar toe, op Šolám meestal op de schouders.
Later begon Samira steeds meer op mij te lijken en droeg hij het haar ook in één vlecht.
Zijn haar was donkerder dan het mijne.

Ik was een jaar of veertig, mijn kinderen in de twintig.
Ik kreeg een longontsteking. Ik lag op bed in ons huisje, met mijn vrouw en drie kinderen om mij heen.
Wij wisten, dat ik ging sterven, maar wij waren alle vijf zielsgelukkig. Mijn leven was af.
Ik was een Meester van Verbondenheid en had zelf minstens één nieuwe groep gesticht
en naar het meesterschap begeleid. Wij zeiden alles, wat we elkaar nog wilden zeggen en kusten elkaar vaarwel.
Mijn laatste woorden waren: ‘Ik bemin jullie met een liefde, die niet van deze wereld is.’
Ik wist toen, dat mijn gezin zou doen, wat ik tijdens mijn leven niet had meegemaakt:
Alle vier sloten zij zich aan bij verbondenheidgroepen en verkregen de meestergraad.
Alle vijf reïncarneerden wij naar Šolám, maar ik denk, dat geen van ons herinneringen van betekenis
aan vorige levens had, behalve Fúntyam, die blijkbaar een trage leerlinge was.
Zij was al in de dertig, toen ze zich op Mansira bij zo’n verbondenheidgroep aansloot.
▲ Index Pagina

Buitenaards

◄ Index Website
Mansira – Verbondenheidgroepen
Na enkele duizenden jaren vormden zich groepjes, tantra geheten, van mensen, die zich samen in spiritualiteit en
verbondenheid ontwikkelden. In mijn tijd was tien procent van de bevolking aangesloten. Het waren groepen van
zo’n acht mensen van minstens achttien jaar oud, van ongeveer gelijke leeftijd. Je moest al een gezin hebben.
Alle groepsleden moesten tot verschillende gezinnen behoren, zodat een groep nieuwe vriendschappen opleverde.
De meeste groepen telden meer vrouwen , zodat er wellicht veel vrouwen als man naar Šolám zijn gereïncarneerd.

Zo’n groep werkte eerst een jaar op proef, met veel theoretische leerstof en de gelegenheid om elkaar te leren
kennen en te verifiëren, of iedereen voldoende gemotiveerd was. Toetreding was volkomen vrijwillig. Daarna werd
de groep definitief gevormd. Elk lid naaide dan een blauwe zijden driehoek met de punt naar beneden op het
gewaad in de buurt van het hart, als symbool van de indaling van universele liefde. Het blauw had misschien geen
aparte betekenis, maar stak altijd af, omdat er om technische redenen geen blauwe gewaden werden vervaardigd.
Een meester naaide op die driehoek een kleinere, donkerder blauwe driehoek. Als een lid als huiswerk een
bepaalde meditatie had opgekregen, kreeg die een blauwe ceintuur mee, zodat dit lid door de rest van het volk
met rust werd gelaten. De groepen stonden in hoog aanzien bij het volk. De leden werden streng vegetarisch en
beloofden liefdevolle toewijding aan het hele volk. Het uiteindelijke doel van de scholing was algemeen bekend,
maar elke groep was vrij in het kiezen van de wegen, waarlangs dit doel werd bereikt. Er werd gediscussieerd
diverse onderwerpen. Men werd verbaal getraind. Men leerde om eerlijk te zijn en alle gevoelens vrij te uiten.
Oefeningen in concentratie en bewustzijn. Het gevoeliger maken van zintuigen door aandachtig luisteren naar
muziek en voordrachten en door gezamenlijke maaltijden. Uitleg van dromen. Heldervoelendheid. Psychologie.

Bovenal het constant voelen van onvoorwaardelijke liefde voor elk schepsel, inclusief zichzelf. Na het introductie
jaar ging de groep meer praktisch te werk, met allerlei ‘huiswerk’, wat je liefst met je gezinsleden doornam.
‘Zo, Lita, zit je weer te oefenen?’ vroegen mijn kinderen vaak. Bij de eerstvolgende bijeenkomst werd dit huiswerk
doorgenomen, besprak men elkaars gevoelens en observeerde men elkaar nauwkeurig. Zo’n groep werd je
tweede gezin. De onderlinge band werd hechter en liefdevoller. Je karakter werd steeds goddelijker. Je leerde
van en met elkaar. En dat er méér is. Een groep werd pas in rang bevorderd, als alle leden daar klaar voor waren.
Het was geen uitzondering, als een groep zeven jaar of langer deed over het behalen van de meestergraad.
Men deed geen examens of zo, want men doorzag en kende elkaar goed. De verbondenheidgroepen kwamen
eens per week een ochtend bijeen in kleine gebouwen, die men de rest van de tijd als basisscholen gebruikte.
Ze bestonden meestal uit één lokaal, dat meer breed dan diep was. Er stond een halfronde stenen bank zonder
leuning. Maar de groep ging ook vaak samen op pad. Als groepen jarenlang met elkaar optrokken, gingen ze ook
naakt met elkaar in de natuur recreëren. Na verloop van tijd begonnen ze elkaar als gezinsleden te knuffelen.

In onze groep, genaamd Konan Tantra, trok ik het meest op met een vrouw van mijn leeftijd, donkerblond haar met
een wat violette glans in twee vlechten. Zij heette Athirna Konàn-is, afgekort Thirna. Zij woonde in Konan en was
daar leraar op de basisschool, zodat ze ook een hechte band met onze kinderen had. Zij is later op Šolám
gereïncarneerd als Mántram. Wij waren niet verliefd, maar vonden elkaar in alle opzichten aantrekkelijk.
Vele inwijdingen hebben wij samen gedaan. Door identificatie voelden groepsleden zich stukken van elkaar en
één met het Universum worden. Na het behalen van de meestergraad bleef de groep samenkomen, maar elk lid
richtte ook een nieuwe groep op.

Uiteindelijk doel van alle groepen was: kolonisatie van de planeet Šolám, waarheen de zielen zouden reïncarneren.
Met alle in hun karma ontwikkelde gevoelens, in semi-onsterfelijke, aangepaste lichamen met verfijndere zintuigen.
Als laatste stap: Onsterfelijke werelden met wij-bewustzijn. Steeds werd het laatste nieuws van de overkoepelende
organisatie meegedeeld. Men werd nauwkeurig op de hoogte gehouden van de schepping van Šolám en Amantis.
En van de projecten ter veredeling van de toekomstige lichamen van de mens. Er waren ook jaarlijkse wereldwijde
congressen. Hierbij waren meestal ook onze geliefde onsterfelijken aanwezig. Deze congressen waren vrij
toegankelijk voor het hele volk. De groepen leerden ook de gezinnen van de leden goed kennen. Om beurten werd
de groep ergens uitgenodigd, om samen te eten, te werken en te spelen. De groepen vervulden ook belangrijke
culturele en recreatieve functies voor de hele planeet.

Als Mansira de gouden ring was, dan waren die groepen de diamant. De groepen kenden geen geheimen.
Het waren dus open ashrams. De scholen hadden geen deuren. Ik herinner mij nog goed, dat wij als kinderen
Konan Tantra binnenslopen en gehurkt een inwijding gadesloegen. Ik zei toen tegen mijn vriendjes:
‘Dit wil ik later ook.’
▲ Index Pagina

Buitenaards

◄ Index Website
Tiflis – Overzicht
Soort hemellichaam
Rangorde in planetenstelsel
Natuurlijke satellieten
Afstand planeet tot zon in km
Diameter in km
Jaar in aardedagen
Etmaal in aarde-uren
Planetaire as
Procent land
Landreliëf
Landschappen
Temperatuurbereik in °C
Luchtvochtigheid in %
Luchtdruk in bar
Klimaat
Dominante kleuren op afstand
Levensvormen
Dominante levensvorm
Inwonertal
Hoofdstad
Valuta
Huidige bewustzijnsniveau

Rotsplaneet met massieve, gestolde kern
4e planeet van de centrale grote blauwe ster Àlbaran
Geen
Mij nog onbekend, lijkt groter dan die van onze Aarde tot onze Zon
6.000, vrijwel bolvormig
Mij nog onbekend
16
Vertikaal
50
Van zeespiegel tot 20 km daarboven
Grotendeels bergachtig met enkele hoogvlakten
-30 – +30
40
0,5
Bergklimaat, zeer droog en zonnig, soms sneeuwval
Lichtblauw
Vrij gevarieerd
Homo sapiens in een lang blank, hoogblond ras
Enkele 100,000
Tiflon, maximaal 20.000 inwoners
Kupa, uitsluitend in metalen muntvorm
4D vredesplaneet
▲ Index Pagina

Buitenaards

◄ Index Website
Tiflis – Toelichting
Tiflis, Afgrond in de eigen taal, is de kleinste, koudste en droogste planeet van Solaris Binnen.
Ondanks de geringe luchtdruk is het er letterlijk een verademing, gezien de geringe zwaartekracht.
Het hemellichaam is zeer bergachtig. Er is sneeuw en ijs. En daarom veel toerisme van Aurorianen.
Zowel de Tifliërs als de Aurorianen zijn dol op wandelen, bergsporten, skiën en schaatsen.
Ook op Tiflis beheren de Aurorianen een ambassadecomplex, gebouwd in Tiflische stijl, en enkele hotels.

De planeet wordt bewoond door een blank, hoogblond, zeer lang mensenras. Vanwege de kou en de felle zon,
dragen zij niet alleen lange zijden gewaden, meestal wit of lichtblauw, maar ook tulbanden en hoofddoekjes,
die ze rond de middag ook voor hun gezicht laten hangen. De sfeer is even vreedzaam als op Mansira en Kurâna.
Ook op Tiflis zijn er verbondenheidgroepen geweest in het kader van het paradijswereldenproject.

De taal lijkt veel op Mansiraans. Beide volken kunnen elkaar dan ook zonder tolk verstaan.
De Tifliërs zijn wat humoristischer. Ze zijn gek op filosoferen, wiskunde en talen.
De regering bestaat uit een koningspaar en een handvol ministers. De dorpen hebben geen apart bestuur.
▲ Index Pagina

Buitenaards

◄ Index Website
Tiflis – Technologie
Van de Andromedanen ontvingen de Tifliërs uitsluitend spirituele ondersteuning bij het paradijsproject.
Van de Aurorianen namen zij wel wat technologie over, zij het met mate. Ze wilden geen computersystemen.
Vrijwel alle woningen hebben elektriciteit voor verlichting en verwarming. Stroom wordt opgewekt met
zonne-energie, waterkracht (houten raderen) en stenen windmolens met wieken en een kruistaartflap.
Van die windelektriciteitsmolens staan er vaak hele rijen langs een afgrond.
Alle machines worden elektrisch aangedreven, niet met brandstof of rechtstreeks door wind- of waterkracht.

Op Tiflis is ook telefoon, elektronisch en handsfree, met voor elk van de 144 aansluitingen een naamtoets.
Druk je er meer tegelijk in, dan kun je telefonisch vergaderen. De meeste woonhuizen zijn niet aangesloten.
Wel openbare gebouwen als treinstations, hotels, koninklijk paleis en ambassade.

Veel woonhuizen hebben geen sanitair. Mensen gaan gewoon de bosjes in en baden in de riviertjes.
Bijna alle gebouwen zijn opgetrokken uit grijze natuursteen en hebben dikke ruiten vanwege de kou.

Op Tiflis is ook een elektrische spoorlijn voor personen en goederen. De frequentie is vrij laag.
Er is één hoofdlijn met wat zijtakken, grotendeels enkelsporig, met hier en daar een viaduct of een tunneltje.
Aan de galgvormige bovenleidingmasten hangen ook kabels voor stroom en telefoon.
De treinen lijken op de Auroriaanse sneltram en de Blauwe Bergenexpres die op Šolám heeft gereden.
De coupés worden afgesloten met handbediende klapdeurtjes. Er zijn geen seinen. Men rijdt geheel op zicht.
De voorste wagen heeft een felle koplamp en toetert luid bij elke kruising.
▲ Index Pagina

Buitenaards

◄ Index Website
Niet-fysieke werelden
Alle vier de rotsplaneten: Miyona, Mòrqabah, Kòran en Mòšrun, van de derde Solarisster, lijken veel op Venus.
Venus is ooit fysiek bewoond geweest, maar deze planeten waren al sinds hun ontstaan fysiek onbewoonbaar.
Venus toont wit, de niet-fysieke Solarisplaneten hebben pasteltinten. Net als op Venus, heerst aan hun oppervlak
een temperatuur van honderden °C. Hun dampkring is zeer dicht en giftig. Ruimteschepen blijven ver uit hun buurt.
Toch zijn ze alle vier bewoond. En wel door mensachtige wezens, in niet-fysieke fasen van hun bestaan.

Mòrqabah, de grootste,  behoort toe aan zielen van Aurorion. En aan flora en fauna van paradijsplaneet Amantis.
De overige drie behoren gezamenlijk bij de vredesplaneten Kurâna, Mansira en Tiflis. En destijds ook bij Šolám.
De bewoners van deze niet-fysieke planeten bezoeken frequent – en wel zonder beperkingen – elkaars werelden.
Hun meest recente fysieke levens worden geëvalueerd. En nieuwe incarnaties, waar dan ook, worden gepland.
En wel door alle betrokken zielen zelf, in overleg met legitieme vertegenwoordigers van ons Galactische Bestuur.
▲ Index Pagina

Buitenaards

◄ Index Website