Ahúrabad – Koninklijk Paleis (illustratie volgt)
Ràbodin – letterlijk Koningshaven – is het Koninklijk Paleis ofwel het planetaire regeringscentrum van Aurorion.
De hoofdvleugel is tevens de Solarische zetel van de Galactische Federatie. Hun zegel prijkt boven alle poorten.
Het is een van de oudste, fraaiste en duurzaamste fysieke gebouwen in ons melkwegstelsel.
Dit paleis ligt op een kunstmatige heuvel in het huidige stadsdeel Noord van de planetaire hoofdstad Ahúrabad.
Het bovengrondse gedeelte is – in de 3,5 miljoen jaar van haar bestaan – uiterlijk nagenoeg onveranderd.
Na Torenbrug en Löbad Centrum is dit – met slechts drie verdiepingen – het hoogste gebouw van de planeet.
De voorgevel loopt van west naar oost en kijkt uit op het zuiden. Het gebouw ligt niet op evenaar of nulmeridiaan.
Al binnen enkele weken had ik alle vormen, maten en kleuren van deze kolos gevisualiseerd.
Maar tekenen was daarmee nog niet rond, want dit klassieke paleis is toch wel een heel complex bouwwerk.
Het is fijn om er in en rond te vertoeven. De meeste personen worden hier – net als ik – heel kalm en blij van.
De buitenkant is opgetrokken uit massief graniet in diverse (blauwachtige) grijstinten, van bijna wit tot bijna zwart.
Levendig en twinkelend, met ook lila, zalmroze en gouden spikkels. Verder metaal, kunststof en intelligent glas.
Alle elementen tezamen, vormen een symfonie van harmonisch wiskundig repeterende rechte en ronde vormen.
De gehele buitenkant is spiegelsymmetrisch. Vele patronen worden gelijkvormig op kleinere schalen herhaald.
De voornaamste meetkundige figuren zijn rechthoek, vierkant, cirkel, guirlande, arcade, torus en spitse peervorm.
Ondanks deze veelvormigheid, is de bouwstijl – voor die tijd – opvallend strak, sober, rustgevend en majestueus.
Het oude hoofdgebouw
Het kerngebouw telt drie bouwlagen van elk circa 5 m hoog, op een grondvlak van 240 m breed en 180 m diep.
Met op elke hoek een toren met peervormige spits. En één centrale, 2 x zo brede, peerachtig gekapte koepel.
Al gauw volgden twee inspringende zijvleugels van 150 x 150 m, met elk twee hoektorens en één centrale koepel.
De maten van die zijvleugels verhouden zich tot die van het hoofdgebouw volgens de gulden snede, dus 1 : 1,61.
Tot slot aan voor- en achterzijde hoofdgebouw aanbouwsels van 24 x 18 m x halve gevelhoogte met hoektorens.
Het voorste fungeert als poortportaal, het achterste als serre. Beide aanbouwsels hebben een klein dakterras.
Het oude hoofdgebouw en de beide zijvleugels zijn voorzien van grotere dakterrassen, deels van intelligent glas.
Beide zijvleugels hebben elk drie optisch identieke gevels. West- en oost- aanzicht zijn symmetrisch en identiek.
Ook de brede noord- en zuid- aanzichten van het bovengrondse hoofdgebouw zijn symmetrisch en optisch gelijk.
De vloer van de bovenste verdieping van het hoofdgebouw ligt even hoog als de dakterrassen van de zijvleugels.
Het paleis telt vele honderden zalen en kamers, vrijwel allemaal met behoorlijk veel daglicht en buitenlucht.
De meeste binnenwanden zijn simpel te verplaatsen, zodat de indeling niet geheel vast ligt.
De troonzaal is de volle drie verdiepingen hoog en krijgt tevens daglicht vanuit de breedste, centrale dakkoepel.
De horizontale begrenzingen zijn enigszins parabolisch, met de dakkoepel in het brandpunt van de parabool.
Deze troonzaal grenst over een breedte van circa 80 m aan het midden van de noordelijke gevel.
Aan de zuidkant van de aldaar bolle begrenzing is ruimschoots plaats voor diverse andersoortige vertrekken.
Zoals een grote ontvangsthal op de begane grond en een vrij grote vergaderzaal op de tussenverdieping.
De troonzaal is majestueus ingericht, met zuilen en een gouden troon met aan weerszijden een kleinere troon.
De rest van het meubilair staat ongeveer halfcirkelvormig in een theateropstelling van drie verdiepingen hoog.
Het plafond van de troonzaal vertoont spectaculaire welvingen, die tevens de akoestiek ten goede komen.
Beide zijvleugels hebben een centrale vergaderzaal van de volle gevelhoogte, midden onder hun dakkoepels.
Torens en tuinmuur
Alle torens zijn trappenhuizen, in eerste opzet bestaand uit schroefvormige, treeloze hellingbanen, wat lastig loopt.
Ter wille van de strikte symmetrie, draaien die schroeven consequent met de klok mee of daar juist tegenin.
Aan de gebouwkant zijn alle torens opengewerkt, zodat ze beter toegankelijk zijn en ruimer daglicht ontvangen.
De paleistuin, van ongeveer 2 x 2 km, is omringd door een muur, die de meeste patronen van het paleis herhaalt.
Haar tientallen torentjes dienen als lantarens. Haar vier poorten zijn gelijkvormig aan de beide aanbouwsels.
Alle torens van paleis en muur hebben exact dezelfde vorm, maar die van de tuinmuur zijn veel kleiner.
De 4 hoektorens van de tuinmuur zijn even groot als de 12 poorttorens, met nooduitgangen aan de binnenzijde.
Het gebouw ligt even ver van de noord- , west- en oost- muren af, zodat het zuidelijk deel van de tuin het diepst is.
De noordelijke poort is de enige, van waaruit geen oprijlaan loopt. De drie oprijlanen komen uit op het voorterras.
Alle – iets donkerdere – torenschachten zijn cilindrisch en hebben geen ramen, maar wel verticale accentribbels.
Alle hebben ze een rechtopstaand cilindrische bovenruit en een spits peervormige kap met staak.
Elk cilinderraam grenst met een torusachtige ring aan de kap (en gaat daarin over) en een aan de torenschacht.
Alle dakterrassen en bovenkanten van de tuinmuur zijn afgezet met guirlandeachtige kantelen en staken.
De circa 80 cm dikke tuinmuur heeft zowel aan haar binnen- als aan haar buitenzijde een rij kantelen.
Tussen beide kantelenrijen kun je over de hele muur lopen, waarbij je telkens door een torentje heen gaat.
Gevels
De gevels bestaan tussen de ramen uit verticale granieten kolommen in een fraai reliëf en kleurstelling.
Recht boven elke kolom prijkt een staak van de guirlandeachtige kantelen. Ramen en kantelen lopen gelijk.
Tussen twee kolommen bevindt zich over vrijwel de volle hoogte een raam met een arcadische bovenbegrenzing.
Elk raam is in de breedte verdeeld in vier ruiten, van in de grootste maat 150 cm breed en 240 cm hoog.
Van sommige ramen fungeren beide binnenste onderste ruiten thans tevens als magnetische schuifwand.
Torenbreedte in cm: hoofdgebouw 600, zijvleugels 370, poortvleugels en hoeken tuinmuur 300, tuinmuur 185.
Koepelbreedte: hoofdgebouw 1200, zijvleugels 740. Breedte poorten en beide ramen boven aanbouwsels 1200.
Raambreedte: hoofdgebouw noord- en zuid- gevel 600, zijvleugels en alle west- en oost- gevels 370, tuinmuur 185.
Gevelhoogte: hoofdgebouw 1500, zijvleugels 930, poortgevels 750, tuinmuur 465. Breedte tuinmuursegment 7500.
Hoogste punt: boveneinde staken van dakkoepel en hoektorens hoofdgebouw, circa 30 m boven het voorterras.
Breedte-indeling noord- en zuid- gevel: toren, 36 ramen, toren, 18 ramen, torentje, 2 halfhoge ramen boven elkaar,
poort en breed halfhoog bovenraam boven elkaar, 2 halfhoge ramen boven elkaar, dan in omgekeerde volgorde.
Alle kantelen van hoofdgebouw, van beide aanbouwsels en boven alle poorten zijn gelijk qua breedte en hoogte.
Breedte-indeling west- en oost- gevel hoofdgebouw: torentje, 4 ramen aanbouwsel, toren, 1 raam volle hoogte,
36 ramen vanaf dakterras zijvleugel, 1 raam volle hoogte, toren, 4 ramen aanbouwsel, torentje.
Al die ramen zijn even breed als die van de zijvleugels, evenals de kantelen boven die ramen.
|